| |
 |
| |
| |
 |
| |
|
| |
 |
| |
 |
Het huidige
Belgische Wit-Blauwe
dier is minstens indrukwekkend te noemen: door zijn
volume, zijn ronde vormen en zijn sierlijke lijn. Hun
robuste fysiek uit zich in een zeer goed ontwikkelde
spiermassa, een sterk beendergestel, een lange rug, mooi
ronde ribben, ronde achterhand, vlakke heupen en een
losstaande staart. |
 |
Het gewicht
van een volwassen stier bedraagt gemiddeld 1200 kg met een
schofthoogte van 1,46 tot 1,48 m. Sommige exemplaren
behalen een gewicht van ruim 1500 kg en een schofthoogte
van 1,55 m. Het gewicht van een volwassen koe bedraagt
ruim 750 kg met een schofthoogte van 1,34 m. Sommige
vrouwelijke exemplaren behalen zelfs een gewicht van 900
kg en worden groter dan 1,40 m. |
|
| |
 |
| |
 |
Door een
natuurlijke selectie zijn de Belgische rundveehouders erin
geslaagd een uniek dier met unieke genen te creëren. Het
Belgische Wit-Blauwe rund nam de
vaandel over van het Belgische trekpaard en bezorgt ons
land naam en faam over de hele wereld. |
 |
In alle delen van de wereld, (Amerika,
Azië, Oceanië, ...)
verwacht men van het Belgische Wit-Blauwe
ras dat hij zijn stempel drukt op allerlei kruisingen o.a.
Holstein, Zébu, Angus, Hereford. Deze kruisingen zorgen er
o.a. voor dat 31,2 kg meer vlees en 25,1 kg minder vet
wordt geproduceerd dan bij de
gemiddelde Angus of Hereford. |
|
| |
 |
| |
 |
Het moderne Belgisch Wit-Blauwe
dier onderscheidt zich op volgende punten:
|
- |
zeer hoge natuurlijke
spierontwikkeling |
|
- |
grote uniformiteit onder
de dieren |
|
- |
zijn groot formaat en
goede vruchtbaarheid |
|
- |
zijn mogelijkheid om jong
rundvlees te produceren |
|
- |
zijn voederefficiëntie bij
het vetmesten. Daar Belgisch Wit-Blauwe
dieren een hogere voederefficiëntie en een tragere
stofwisseling hebben, stoten
ze minder stikstof uit dan andere rassen wat
ecologisch een voordeel is. |
|
- |
zijn aangenaam karakter |
|
|
| |
 |
| |
 |
Het karkas van
het Belgisch Wit-Blauw rund
beantwoordt volledig aan de eisen van de eerste keus
vleesmarkt. Het vlees is opgebouwd uit zeer fijne vezels
waardoor het vlees over het algemeen zeer mals is. Voor de
kwaliteitsslager biedt dit ras
bovendien het hoogste percentage aan eerste keus vlees van
alle rassen. Bij éénzelfde gewicht heeft een Belgisch Wit-Blauw
dier ruim 100 kg meer vlees dan een rund met een
gemiddelde conformatie. Het karkas bevat niet alleen meer
vlees maar heeft bovendien een hoger percentage aan
kwaliteitsvolle stukken ( + 34 % ). |
 |
Het vlees van
jonge mannelijke dieren is lichter van kleur, magerder en
verliest minder vocht bij het koken dan vlees van jonge
mannelijke dieren van een ander ras of ander type.
Bovendien heeft het vlees een betere voedingswaarde omdat
het rijker is aan eiwit en poly – onverzadigde vetzuren en
minder vet en verzadigde vetzuren bevat. |
 |
een zeer
homogeen karkas, rijk aan vlees en arm aan vet ( < 12 % ) |
 |
een zeer hoog
slachtrendement |
 |
een extreme
malsheid van het vlees dankzij de fijne musculaire
structuur. Het vlees is bovendien sappig en mager; kortom
een gezond stukje vlees. |
|
| |
 |
| |
 |
Als
norm kan worden gesteld dat de vaarzen de eerste maal
afkalven op een leeftijd van 24 maanden of 600 kg. De
draagtijd van runderen bedraagt 290 dagen. De zoogkoeien
zullen ongeveer om de 385 dagen afkalven. De opfok van de
jong dieren is van het allergrootste belang bij het
Belgische Wit-Blauwe ras. Goed
begonnen is immers half gewonnen. Voor het kalf is het van
levensbelang dat het binnen de 24 uur voldoende biestmelk
( eerste melk ) opneemt. In zijn eerste levensmaanden
zoogt het kalf meestal aan de koe en is melk zijn
belangrijkste voedingsbron. Na één week wordt tevens
dagelijks vers hooi, krachtvoeder en vers drinkwater ter
beschikking gesteld. Vanaf de tweede dag tot 5 maanden
leeftijd wordt een dagelijkse groei van 800 g nagestreefd.
Eens het kalf voldoende voeder opneemt kan het worden
gespeend. |
 |
Op een leeftijd van ongeveer 5 maanden worden de
vaarskalfjes en stierkalfjes gescheiden. Vanaf de vijfde
maand tot 2 jaar bedraagt de gemiddelde groei bij de
vaarzen ongeveer 750 g / dag en bij de stieren 1100 g /
dag. Aan de vaarzen wordt meestal gras verstrekt van de
weiden. De dieren worden ondergebracht in geheel of
gedeeltelijk ingestrooide stallen. Het gaat om
groepshuisvesting in groepen van 6 tot 12 dieren. De
voeding voor de stieren bestaat voornamelijk uit mais,
stro, pulp ( afkomstig van de suikerbieten ) en een
krachtvoeder met mineralen en vitaminen. |
 |
De vrouwelijke runderen kalven ongeveer 3 à 4 keer tijdens
hun levensloop. Hierna worden ze geslacht. De mannelijke
runderen worden geslacht op een leeftijd van ongeveer 24
maanden. |
|
| |
 |
| |
 |
De rundvleesproduktie is een niet onbelangrijke
produktierichting: in 1995 werden
67 000 vaarzen, 291 000 koeien en 316 000 mannelijke
runderen geslacht. |
 |
Ondanks dat de vleesproductie in België steeds een erg
belangrijke plaats heeft ingenomen,
vertoont de opfok van de dieren een grote diversiteit.
Vooral in Wallonië is de uitbating van dergelijke
bedrijven veel minder intensief dan in Vlaanderen
aangezien de grotere oppervlakte van de bedrijven ( meer
weiden ). Bovendien combineren deze bedrijven dikwijls het
houden van Belgisch Wit-Blauw
met andere bedrijfstakken zoals akkerbouw, groententeelt,
melkvee, ... Het aantal moederdieren per bedrijf varieert
gemiddeld van 23 ( bedrijf met neventak ) tot ongeveer 73
bij sterk gespecialiseerde bedrijven. |
|
|
|
|